blog

#5 waarachtig contact

Waarachtig contact

Het gebrek aan contact begint ons op te breken. De handdruk is de metafoor geworden van wat mist. We verlangen naar de aanraking door onze vrienden, (groot)ouders, (klein)kinderen, buren, bekenden. Twee vierkante meter huid per persoon wacht op een teken van leven: groet, liefkozing, steuntje, compliment of waarschuwing. We kruipen naar elkaar toe, centimeter voor centimeter.

Het laatste project waar ik aan meewerkte voordat ik full time tennisleraar werd, heette ‘Wie ben ik?, theater over waarachtig contact en verlies’. Precies vier jaar geleden vonden in een leegstaand schoolgebouw de uitvoeringen plaats. Vijf jongeren maakten in twee verzorgingstehuizen in Amsterdam een waarachtig contact met dementerende ouderen. Vanuit die ervaring gaven zij vorm aan hun personages, die net als de ouderen in een afgesloten omgeving verbleven – hier de wereld van Alice in Wonderland. De jongeren werkten samen met drie professionele kunstenaars: stemkunstenares Zwaan de Vries, danseres Maria Michailidou en trompettist Sybren van Doesem. Bezoekers maakten onder begeleiding een tocht door ‘Zorgcentrum Alice’, en ervoeren de voorstelling van heel dichtbij. Na afloop was er thee in de familiekamer.

De docent moet de leerlingen ‘raken’

Het contact dat de sportdocent met de leerlingen heeft staat in dienst van het leerproces. De docent moet de leerlingen “raken”, heet het. Iedere leerling moet het gevoel hebben dat zij / hij van de docent voldoende aandacht krijgt. De leerling wil zich “gezien” voelen. Het is voldoende als het bootje alleen héén vaart. Contact als een trucje om een leerdoel te realiseren, techniek zonder hart.


Contact dat oprecht of – beter – waarachtig is, vraagt en schept vertrouwen. Beide kanten moeten er hun best voor doen, een beetje lef tonen ook. Eén uur per week in groepjes van vier (volwassenen) tot twaalf (kinderen) is niet veel om dat voor elkaar te krijgen. Maar voor minder doe ik het niet. Het is zo’n punt in het gesprek waarop al drie keer de vraag “waarom?’ is gesteld, zonder dat er nog een volgende waarheid boven water komt. Het is een kernwaarde – het gaat niet anders.

Onze stilte duurde bijna zeven minuten

Ook op 4 mei 2016 waren er uitvoeringen van ‘Wie ben ik?’, al begonnen we later dan normaal in verband met de dodenherdenking. Na zevenen verzamelden we op het gras naast de theetafel. Om twee minuten voor acht speelde Sybren de taptoe en waren we stil. Onze stilte duurde bijna zeven minuten. Sindsdien komt het kunstgras van die dodenherdenking elke 4 mei wel even voorbij, de stilte van toen nog onder handbereik.


Sinds een paar dagen geef ik weer les, jeugd-les op een afstand van anderhalve meter. Op de baan ruikt het naar spiritus, desinfecterende gel, voorjaar en handzeep. Ik draag plastic handschoenen. Rondom de baan is één-richtingsverkeer en we zwaaien gezamenlijk de ouders uit voordat de les begint. Mijn leerlingen bewegen met een behoedzaamheid die ik nog niet eerder bij hen zag. Maar ze raken me, als altijd.


De eerstvolgende keer dat ik op 4 mei werk, ben ik met mijn leerlingen samen stil. Gewoon, op het kunstgras – en we merken vanzelf hoe lang onze stilte duurt.


Over de totstandkoming van ‘Wie ben ik?’ is een korte documentaire gemaakt. De jongeren vertellen over ouderen in verzorgingstehuizen, over contact maken met hen en met het publiek dat zo dichtbij komt. Corona maakt de film verrassend relevant. Bekijk de 9 minuten via deze link: https://youtu.be/uoSNxnj0aVk


De foto bij dit stukje is van Robert Elsing.